Houtzaagmolen 'De Rat'

Aan de oever van de Geeuw, de eeuwenoude vaarverbinding tussen IJlst en Sneek, staat de unieke houtzaagmolen De Rat die nog volop in bedrijf is. Stammen die liggen te wateren, het geluid van de draaiende wieken, het gestamp van de op- en neergaande zaagramen, de geur van vers gezaagd hout; hier ervaart u nog het houtzagersambacht zoals dat al ruim drie eeuwen in De Rat dagelijks wordt uitgeoefend. 

Geschiedenis

Oorspronkelijk stond de houtzaagmolen in de Zaanstreek, waar De Rat in 1711 als balkenzager werd gebouwd. Door de Vierde Engelse Oorlog en de Franse Tijd was de overzeese handel tussen 1780 en 1815 sterk teruggelopen en daardoor ook de scheepsbouw. Deze ongunstige situatie trof natuurlijk ook de houtzaagmolens. Vele werden verkocht, gesloopt of verplaatst naar een ander deel van het land. Over de Rat wordt zelfs geschreven dat hij in desolate toestand verkeerde. Het was in 1828, dat de heer Ringnalda, koopman en burgemeester van IJlst, besloot om samen met de molenaar Hessel Vellinga De Rat aan te kopen en te laten verplaatsen naar IJlst. Hij zag mogelijkheden voor de molen in Friesland dat minder last had van de economische teruggang.

 

Naar IJlst

De molen werd als bouwpakket uit elkaar gehaald en weer opgebouwd in IJlst. Rond 1850 neemt de fa. Oppedijk, die in IJlst al de ‘oude molen’ bezat, De Rat over. Ruim tweehonderd jaar zaagde men op windkracht, voordat ook De Rat werd getroffen door de technische vooruitgang. Kap en wieken werden verwijderd en een elektromotor zorgde vanaf 1918 voor de aandrijving! Tot 1950 zaagde de Rat voor de fa. Oppedijk balken en planken. In 1955 vroeg de firma Oppedijk een sloopvergunning aan, maar gelukkig ontfermde de gemeente IJlst zich over de molen en zorgde ervoor dat De Rat omstreeks 1967 weer was voorzien van kap en wieken. Het zou nog tot 1977 duren, voordat de Rat weer kon zagen op de wind.

Tekening van Frans Mars, met als tweede molen van links De Rat op zijn oorspronkelijke standplaats.